Reize naar Surinamen
J >>
John Gabriel Stedman >> Reize naar Surinamen
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 Produced by Jeroen Hellingman and PG Distributed Proofreaders
REIZE NAAR SURINAMEN EN GUIANA
I.
REIZE NAAR SURINAMEN,
EN DOOR DE
BINNENSTE GEDEELTEN VAN GUIANA;
DOOR DEN CAPITAIN JOHN GABRIËL STEDMAN
MET PLAATEN EN KAARTEN.
NAAR HET ENGELSCH.
TE AMSTERDAM, BY
JOHANNES ALLART,
MDCCXCIX.
O quantum terræ, quantum cognoscere coeli
Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus!
Nunc forsan grave reris opus: sed lætarecurret
Cum ratis, & caram cum jam mihi reddet Iölcon;
Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores!
Quam referam visas tua per suspiria gentes!
VALERIUS FLACCUS,
Argonaut. Lib. I. vs,
168--173.
VOORREDEN VAN DEN VERTAALER.
In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London
te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative,
of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam,
in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772,
to 1777: elucidating the History of that Country, and describing
its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees,
Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana &
Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80
elegant Engravings, from drawings made by the Author.
De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche
uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk
verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die
verwagting geenzints te leur stellen. Eene aanéénschakeling van
merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl
voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp
is tevens belangryk. Meer dan één Schryver heeft wel ondernomen eene
beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan
dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna
nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze
Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN,
door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in
derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen
en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan,
die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking
verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid,
zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien
aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht
beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting
van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan ééne Europeesche Natie
van het grootste aanbelang.
Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland,
in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen
wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche
Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen
in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat
men in Duitschland 'er in één Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel
uit gemaakt heeft.
Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit
zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken,
en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der
vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag
gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche
vertaaling, waar aan de verëischten eener goede overzetting met recht
worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweërlei opzigt:
voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te
laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters,
en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat
ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden,
dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal
van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat
men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over
de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn,
tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten,
en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate
verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren--
De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver
Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door
welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk
worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van
eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk
en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het
bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent
te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen
arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen,
om met den meesten spoed denzelven te voltooijen.
VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER.
Dewyl dit werk misschien één van de zonderlingste voortbrengzels
is, die immer aan het Publiek zyn aangeboden, oordeele ik gepast
te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te
doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken, even gelyk
in een groote tuin, alwaar men de welriekende bloem tevens met de
steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig
laat zien op de plaats, alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het
schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het
geheel, met zulke verschillende kleuren afgemaalt, zal, zoo ik hoop,
onderrigting en vermaak zamenpaaren, zonder den geest te vermoeien
of te verveelen, en het verstand te verzwakken; wel niet met de
hedendaagsche pracht en luister van styl, maar door een eenvouwdig
verhaal, waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is.
In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber,
eenen oproerigen Neger, een Planter en een Slaaf, is hier niet
alleen de dwinglandye ontvouwt, maar zyn ook de weldaadigheid en
menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld, de Geschiedschryver,
de Koopman, en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte, zal hier
lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik, myne byzondere
voorvallen overal hebbende ingevlochten, eenige verschooning vragen
moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin,
die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt:
vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed, vooral wanneer ze
met jeugd en schoonheid vergezeld gaat, moet steeds bescherming vinden.
Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten,
wanneer de Lezer in 't oog houd, dat hy geen Roman leest, door loutere
verbeelding zaamgeflanst, maar eene wezentlyke Geschiedenis, door
geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier,
die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft, en dat op de
plaats zelve; eene omstandigbeid, die zeldzaam voorvalt.
Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden, door my zoo meenigwerf
verhaald, zy het genoeg te weten, dat anderen van dergelyke
onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen,
myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet
worden uit 't oog verloren, dat vryheid, even zeer als te groote
zachtheid, wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken
menschen schielyk vergunt word, voor beide partyen gevaarlyk, zoo niet
verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Saraméca-Negers in Surinamen;
de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraïben van St. Vincent; enz.
Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der
Africaansche Negers rookt, vind ik my verpligt naar waarheid op te
merken, dat het de Hollanders alleen niet zyn, die daar aan schuldig
staan; maar dat meest aan andere volken, en voornamelyk aan de Joden,
deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is.
De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te
loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk
van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet
beklagen, die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen
in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig, voornamelyk in
het eerste Deel, vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden,
het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in
een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen, en voornamelyk in het
Register, waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze, kan men de naamen
van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo
niet worden opgevat, dat ik my beroemen durve in schrift en teekening
steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid,
waar van men zoo dikwils spreekt, maar die men zoo zeldzaam vind,
eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik, dat dit werk den
aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal.
INHOUD DER HOOFTSTUKKEN.
I. HOOFTSTUK.
Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch
Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen
van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t
Goed onthaal, dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets
der inwoonders, &c.
II. HOOFTSTUK.
Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen
in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word
bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur, de Heer VAN
SOMMELSDYK, vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen,
en onder schatting gesteld.
III. HOOFTSTUK.
Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat
der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der
Zee-Soldaaten, Matroozen, enz.
IV. HOOFTSTUK.
Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand,
welke groote nadeelen, en byna den ondergang der Volkplanting
veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver
verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed
gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den
Colonel FOURGEOUD.
V. HOOFTSTUK.
Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier
om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der
Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling,
welke sommige bootsgezellen ondervinden.
VI. HOOFTSTUK.
Verschrikkelyke straföeffening.--Onzekere gesteldheid der
Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood,
en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet
in de Volkplanting.
VII. HOOFTSTUK.
Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der
Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het
bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte
onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar.
VIII. HOOFTSTUK.
De Muitelingen verbranden drie Plantagiën, waar van zy de bewooners
vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de
bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk
verlaat Paramaribo.
IX. HOOFTSTUK.
Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana eigen
zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers,
om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling
der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het
verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
X. HOOFTSTUK.
De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht
tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD
trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde
aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken,
waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier
Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen
en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke
behandeling, door een gevangen en Neger ondergaan.
XI. HOOFTSTUK.
Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht
tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De
Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby;
men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid
der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije
Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de
Patamaca.
XII. HOOFTSTUK.
Beschryving van Paramaribo, en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck
of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende
zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier
Maroni.--Een Capitain word gewond, en eenige soldaaten gedood.--Vreemde
straf-öeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost
van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht
en wildt.--Steenbakkery.--Insecten.
XIII. HOOFTSTUK.
Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in
zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De
Duncane, Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der
Plantagiën.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van
eenen Capitain der muitelingen.
XIV. HOOFTSTUK.
De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld
en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in
een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid
in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp, Marobonso
genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten, Chiques
genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De
Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De
dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en
Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen.
XV. HOOFTSTUK.
Indianen, inboorlingen van
Guiana.--Voedzel,--Wapenen,--Cieradiën,--Optooisels,--Bezigheden,
--Vermaken,--Driften,--Godsdienst,--Huwelyken,--Begravenissen,
enz. van deeze Volken.--De Caraïbische Indianen in 't byzonder,
en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen, Heesters en Planten.
XVI. HOOFTSTUK.
Versterking van krygsvolk, uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom,
en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty
Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke
Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van
boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke
gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm.
XVII. HOOFTSTUK.
Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de
voorige,--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en
Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van
Guiana.--De Taïbo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte
onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek,
en de Commewyne bevond.
XVIII. HOOFTSTUK.
Een Tyger, op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De
Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene
manschappen der Sociëteit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen
Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke
ziekten.--Zelfsmoord.
XIX. HOOFTSTUK.
Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba, aan de Rivier Cottica.--De
Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in
eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen-
en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in
Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid.
XX. HOOFTSTUK.
Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het
wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten
van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen, door de Negers gebezigd
wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby, door den Colonel
FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand
XXI. HOOFTSTUK.
Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel
van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba
te rug.--Beschryving van de manier, waar op de legerplaats was
ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood.
XXII. HOOFTSTUK.
Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan
de Peréca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking, door eene Vledermuis
veröorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het
krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug..
XXIII. HOOFTSTUK.
Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende
zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke
gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende
Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek, en verlaat de
legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De
Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der
Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De
Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen
XXIV. HOOFTSTUK.
Aanwerving van twee Compagniën Vrywilligers, bestaande
uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van
Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel
FOURGEOUD ontfangt bevel, om naar Holland in te schepen.--De
Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige
slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het
krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting
van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van
eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen.
XXV. HOOFTSTUK.
Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het
Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van
visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed
van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloë.--De
Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde
Byën.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal
bevel, om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil.
XXVI. HOOFTSTUK.
Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca, en Sabatille.--De
Papaija, en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te
ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der
Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe
byzonderheden betrekkelyk de Negers.
XXVII. HOOFTSTUK.
De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen
van straföeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende
zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene
Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel.
XXVIII. HOOFTSTUK.
De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht
naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van
timmerhout.--Boom, welke een vrucht voortbrengt, de Marmelade-doos
genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte, die alle
de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De
Brazilsche Wezel.--De Mierëeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en
vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de
Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans, en de Brazilsche
Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten.
XXIX. HOOFTSTUK.
Byzonderheden, betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving
van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting
van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van
wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den
Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept.
XXX. HOOFTSTUK.
De Schepen ligten het anker, en steken in Zee. Overtocht.--Het
Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het
Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel
aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood
van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit.
AANHANGZEL.
VOOR-BERICHT.
EERSTE BRIEF.
Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
ligging.
TWEEDE BRIEF.
Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten,
Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
gereed te maken.
DERDE BRIEF.
Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
VIERDE BRIEF.
Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en
geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
TWEEDE AANHANGZEL,
OF
BESCHRYVING DER VOLKPLANTING VAN CAYENNE.
I. HOOFTSTUK.
Aardrykskundige Beschryving van Fransch Guiana.
II. HOOFTSTUK.
Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
III. HOOFTSTUK.
Geschiedkundige opgaave, betrekkelyk Fransch Guiana.
IV. HOOFTSTUK.
Bevolking van Fransch Guiana.
V. HOOFTSTUK.
Zeden en gewoonten der Indianen.
VI. HOOFTSTUK.
Behandelingen, welken de Indianen in Fransch Guiana ondergaan
hebben.--Middelen om hun voor de Volkplanting nuttig te maken.
VII. HOOFTSTUK.
Hooge en laage landen.--Timmerhout.--Voortbrengzels van Fransch
Guiana. Levensmiddelen, tot de tafel dienende.
EERSTE HOOFTSTUK.
Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten
van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een
tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht.
--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed
onthaal, dat het krygsvolk in deeze Volkplantingen
ontfing.--Schets der inwoonders, &c.
Het algemeen belang, het welk zedert verscheiden jaaren, in
de ontdekking of beschryving van afgelegene gewesten is gesteld
geworden; en het welk het verhaal van de verschillende ondernemingen
der reizigers, en van de onderscheidene omstandigheden waar in zy
zig bevinden, steeds doet gebooren worden, heeft my aangezet, om de
waarneemingen, die ik gelegenheid gehad heb op een zeer merkwaardig
gedeelte van den aardbol te maaken, alwaar weinige Engelschen, het
zy by toeval, het zy om eenige andere reden, zig bevonden hebben,
aan het algemeen mede te deelen.
De Volkplanting van Surinamen, in Hollandsch Guiana, het gedeelte
namelyk, dat het naast aan de zeekust ligt, door de Europeanen bewoond
en bebouwd, is wel zedert verscheiden jaaren bekend; maar de zwaare
overstroomingen en de ondoordringbaare dikte der bosschen, hebben tot
hier toe zulke hinderpaalen in den weg gelegt aan de onderzoekingen
van hun, die dieper hebben willen indringen, dat men, betrekkelyk
dit land, niets naar waarheid geweten heeft, dan alleen met opzigt
tot de voorwerpen van koophandel,--die aan alle de bezittingen,
onder den zonne-keerkring gelegen, eigen zyn. Dit werk is dus in
't byzonder geschikt, om de gebeurtenissen te schetsen, waar in de
noodzakelykheid, om in de binnenste gedeelten van dit uitgestrekt
gewest door te dringen, my heeft doen deel neemen, en waar van dezelve
my getuige gemaakt heeft, als mede om op te geven de waarneemingen van
allerley zoort, waar toe ik in de gelegenheid, in welke ik my bevond,
eenigermaten als gedrongen wierd.
Alvoorens deezen moeielyken taak te onderneemen, vind ik my,
tot verstand der gebeurtenissen, in de onvermydelyke verpligting,
om kortelyk rekenschap te geven van de oorzaaken, die my in dit
weereld-deel gebragt hebben.
Alle landen, alwaar de huisselyke slavernye gevestigd is, leggen
dikwerf bloot voor opstanden en onlusten, vooral wanneer de slaven
het grootste deel der inwoonders uitmaken; maar de Hollandsche
volkplanting Surinamen is op dit stuk byzonder ongelukkig geweest. Het
zy dat de eindelooze bosschen, die het aanzienlykst gedeelte deezer
landstreek bedekken, aan de vluchtenden eene gemakkelyke schuilplaats
verschaffen, het zy dat het Bestuur aldaar eenig ingeworteld gebrek
heeft, dit is zeker, dat de Europeanen aldaar aanhoudend aan de
snoodste verongelykingen, en hunne bezittingen aan de geweldadigste
verwoestingen zyn bloot gesteld. Het is hier de plaats niet, om daar
van een opzettelyk verhaal te doen; het zal genoeg zyn aan te merken,
dat deeze herhaalde opstanden eindelyk de gestrengste maatregulen
tot een volkomen herstel der rust vorderden; en dat de tyding,
die in den jaare 1772. in Holland aankwam, dat eene aanzienlyke
magt van gewapende Negers, die zig in de bosschen verzamelt had,
voor de Volkplanting ten uitersten geducht wierd, Hun Hoog Mogenden,
de Staaten der Vereenigde Nederlanden, deed besluiten, om eene magt
af te zenden, die in staat zoude zyn, den muitelingen het hoofd te
bieden, en zelfs, zoo het mogelyk was, den opstand te dempen.
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63